Vijftig Redenen Om Niet Te Kiezen Voor Een Baan In Het
PDF – 266.8 KB 3 downloads

Vijftig redenen om niet te kiezen voor een baan in het (basis)onderwijs.

 

Veel mensen hebben in het verleden gekozen voor het vak van leerkracht in het basisonderwijs. Die keuze werd gemaakt om veel uiteenlopende redenen. De een vindt het prachtig om kinderen iets te leren en de ander heeft idealistische ideeën over het omgaan met opgroeiende jeugd en wil hen graag mede opvoeden. De keuze is in veel gevallen ingegeven uit idealisme en “roeping”. Wat dat laatste dan ook moge inhouden.  De meeste leerkrachten, die ik spreek komen niet verder dan, “Ik vind werken met kinderen leuk!”

Zeker is, dat velen van hen later veel meer redenen kunnen opnoemen waarom zij dat vroeger zo prachtige beroep niet meer willen uitvoeren.

 

In het vervolg van dit schrijven ga ik proberen een aantal van de ‘tegenvallers’ van het werken in scholen te beschrijven.

 

  1. Werken met kinderen en lesgeven aan kinderen gaat niet vanzelfsprekend goed.

Veel leerkrachten merken, dat er naast didactische kennis ook nog orde gehouden moet worden. En wat blijkt?  Orde is niet een vanzelfsprekend iets. En daar komt nog bij, dat ook niet iedereen kan leren om orde te houden. Een groep niet “onder controle krijgen” is éen van de hoofdoorzaken van het ziekteverzuim van leerkrachten. Je komt er al snel achter, dat kinderen heus niet altijd lief zijn.

 

  1. Werken met kinderen betekent ook, dat je met ouders te maken krijgt.

Nu betekent dit niet, dat je altijd maar gedoe met ouders hebt. Als je niet confronteert en de ouders hun zin geeft, dan hou je het best nog even vol. Maar meer voor de hand liggend is het, dat ouders of verzorgers het soms niet met jou eens zijn. En ook nog eens niet open staan voor de wat minder plezierige opmerkingen, die jij over hun kind maakt. Dan zijn de rapen gaar en mag je hopen, dat jouw directeur achter jou gaat staan. Veel ouders geloven onvoorwaardelijk hun eigen kind en accepteren niet, dat je iets vervelend vindt aan hun ‘prinsje’ of prinsesje’. En die ouders weten, dat zij bij jouw slappe directeur een sterk machtsmiddel in handen hebben. Je hoeft meestal alleen maar te dreigen, dat je jouw kind van school haalt en hopla ze krijgen gelijk. Die slappe manager is heel goed in het recht praten van kromme dingen.

 

  1. Werken op school betekent ook, dat je moet samenwerken met collega’s.

Een redelijk voor de hand liggend gegeven, zou je zeggen. Maar schoolteams waar alle “neuzen dezelfde kant op staan”, zijn zeldzaam. Er bestaat geen eigengereider en eigenwijzer volkje dan leerkrachten. Niet zelden ontstaan er hele machtsblokken binnen de lesgevers en niet zelden moet er door directie en bestuur drastisch worden ingegrepen.

 

  1. Werken op school betekent meer dan alleen lessen voorbereiden, lessen geven en lessen nakijken.

Zoals bij de meeste banen heb je als leerkracht een flink aantal taken, verplichtingen en moreel verplichte werkzaamheden, waar je niet op had gerekend.  Te denken valt aan rapporten maken en gespreksavonden bijwonen. Maar denk ook eens aan schoonmaakwerkzaamheden in jouw klas, opruimen van magazijnen, verplichte scholing en soms zelfs corveedienst.

 

  1. Werken op school betekent ook, dat je vaak “buiten” school moet werken.

Hierbij kun je denken aan het verplicht deelnemen met “jouw team” aan sportdagen, sporttoernooien, bezoeken aan voorlichtingsavonden, schoolreizen en -kampen. Ben je geen liefhebber van het schoolkamp, dan heb je pech. Je komt echt aan de beurt. Daarnaast mag je deelnemen aan vergaderingen van de ouderraad, het ouderpanel en de Medezeggenschapsraad.

Verder heb je vaak nog intervisie-bijeenkomsten en mag je studenten begeleiden. Al neemt dit laatste de afgelopen jaren nogal af. Wist je trouwens, dat er ook scholen zijn waar van jou verwacht wordt, dat je actief meedoet aan het schoonvegen van de schoolpleinen?  Nou ja, wel nuttig natuurlijk.

 

  1. Voor het salaris moet je het niet doen.

Behalve als je het werk ziet als roeping en je nog niet voor jezelf hoeft te zorgen, kom je er na een maandje werken achter, dat de huur van jouw flatje toch hoger is dan je dacht en dat de kosten voor kleding en levensonderhoud nogal pittig zijn. Je houdt namelijk niet zo veel van jouw salaris over. Het aanvangssalaris is niet slecht, maar vergeleken met jouw collega’s in het voortgezet onderwijs verdien je netto misschien wel tot zevenhonderd euro per maand minder. En zij hebben ook gewoon een h.b.o. opleiding van vier jaar gevolgd.

 

  1. Veel vakantie is een fabeltje.

Tien weken vakantie lijkt een flinke luxe. En, eerlijk is eerlijk, voor veel leerkrachten is dat het ook. Als je namelijk je werk niet echt goed en serieus uitvoert, een 9 tot 5 mentaliteit hebt de correctie door de kinderen laat doen, dan heb je veel vrij. Maar als je het werk wel goed uitvoert, dan heb je flink wat avonden, die je op school door moet brengen om b.v. rapportgesprekken met ouders te voeren of om andere ouderavonden, evenementen en feesten bij te wonen

Ook in de vakanties moet je vaak naar school om te vergaderen of cursussen te volgen.

 

  1. Je moet het niet gaan doen om respect en aanzien te verwerven.

Docenten worden tegenwoordig gerekend tot de beroepsgroepen, die nauwelijks enig aanzien hebben in onze maatschappij. Door veel ouders en verzorgers worden zij gezien zoals de politiemensen en de werkers in de zorg. “Jij bent er voor mij en mijn kind en je hebt maar te doen wat ik wil!” Dat is wat menig leerkracht met grote regelmaat ervaart. Als je ouders een advies geeft, dat hen niet bevalt, dan kom je hen vaak weer tegen in de rechtbank. Onlangs nog probeerde een ouder het bij de rechter voor elkaar te krijgen, dat het schoolkeuzeadvies van zijn kind werd bijgesteld en vroeg een andere ouder een schadevergoeding voor het zogenaamde slechte onderwijs, dat de school geboden zou hebben. Het komt bij dit soort ouders echt niet op, dat zij een kind hebben, dat gelet op de herseninhoud van de ouders zelf, sowieso geen kans maakt op succes in de maatschappij.

 

  1. Je moet het niet gaan doen vanwege de carrièrekansen.

Je kunt wel verbeteren in salarisschaal, maar er zijn niet echt titels of functies aan gekoppeld. Vele pogingen hiertoe vanuit de overheid zijn al gesneuveld. Men probeerde ‘seniorleerkracht, LA en LB-functies, maar uiteindelijk ben je meester of juf, IB-er of directielid. Daarmee houdt het wel op. Er zijn ook nog functies bedacht zoals opleidings-schoolondersteuner, bouwcoördinator en wat dies meer zij. Uiteindelijk zijn dit vaak ‘bedachte’ baantjes, die voor het salaris niet veel betekenen.

 

  1. Je moet kunnen leven met een zekere mate van onveiligheid.

In een flink aantal gemeenten is het aan te bevelen, dat leerkrachten een cursus zelfverdediging volgen. Ouders en leerlingen worden in toenemende mate agressief en gaan zelfs over tot geweld. Het aantal leerkrachten dat al geslagen, geschopt of bespuugd is, is niet te tellen. En dan hebben we het nog niet over het toenemende verbale geweld. Dat gaat zelfs tot aan doodsbedreigingen toe.

 

  1. Je kunt niet altijd rekenen op een bestuur, dat jou steunt.

Dat lijkt vreemd, maar wees er zeker van, dat de meeste bestuurders alleen maar bezig zijn met cijfertjes om de inspectie te vriend te houden. Jij bent voor hen geen mens, maar slechts een ‘productie-eenheid’.

 

  1. Je kunt lang niet altijd rekenen op een directeur, die jou steunt.

De huidige schooldirecteuren zijn al lang niet meer de “eersten onder hun gelijken”. De overheid en de besturen hebben er in de afgelopen decennia voor gekozen om directeuren aan te stellen, die vergelijkbaar zijn in hun ‘kennen en kunnen’ met de managers in het bedrijfsleven. Men acht het niet meer noodzakelijk, dat zo’n basisschooldirecteur ook nog echt verstand heeft van de dagelijkse praktijk in de klas. Het gevolg is, dat die managers van alles bedenken en ‘droppen’ op de arme collega’s in de klas, zonder zich maar enigszins de consequenties van al die bullshit te kunnen realiseren. Het gevolg hiervan is weer, dat er maar heel weinig managers in het basisonderwijs zijn, die ook echt respect van hun leerkrachten krijgen. In tegendeel. De meesten worden veracht en beschimpt.  Spijtig genoeg vaak achter hun rug om. Dat is dan weer een minpuntje voor de integriteit van veel lesgevenden.

 

  1. Je kunt lang niet altijd rekenen op steun vanuit wijkteams en samenwerkingsverbanden.

Er is steeds te weinig geld beschikbaar voor de wijkteams en de jeugdzorg. Bovendien moet men daar ook uitvoering geven aan de wet op het passend onderwijs. Het gevolg is, dat de wijkteams en de samenwerkingsverbanden uitermate traag werkende instanties zijn, die jou nauwelijks daadwerkelijk helpen met jouw leerlingen. Vergeet niet, dat hun doel is om de leerling zo lang mogelijk bij jou op school te houden.

 

  1. Je kunt lang niet altijd rekenen op steun vanuit de leerplichtambtenaar.

De leerplichtambtenaar hielp vroeger met het bestrijden van ongeoorloofd verzuim en trad op bij uitwassen, spijbelen e.d. Nu is er een flink tekort aan deze mensen. Ze rommelen veelal wat in de marge. Hopelijk komt dat weer goed.

 

  1. Je kunt absoluut niet meer rekenen op ondersteuning door de rijksinspecteur voor het onderwijs.

De rijksinspecteur komt bijna nooit meer de school binnen. Zij controleren “op afstand” door de besturen te ondervragen. Een bezuinigingsmaatregel als je het mij vraagt. Vroeger gaven inspecteurs nog wel eens goede adviezen.

  1. Je kunt al jaren niet rekenen op steun vanuit de overheid en het Ministerie van Onderwijs.

Je ziet hoeveel moeite het kost om bijvoorbeeld de salarissen gelijk te trekken met het V.O. En vergeet niet, alle verslechteringen in het aanzien van het vak zijn begonnen met overheidsbemoeienis.

  1. Verwacht niet te veel van opleiders en “onderwijsgoeroes”.

Dit is een beroepsgroep waar je veel te veel mee te maken krijgt. Directies gebruiken deze duurbetaalde cursusleiders om hun scholingsplan in orde te krijgen. Je herkent hen aan de flap-over en de gele post-it papiertjes. Een enkeling weet intussen ook hoe je een PowerPoint op het digibord kunt vertonen.

 

  1. Verwacht ook niet veel van de politie of wijkagent.

Die hebben het te druk met snelheidsovertreders bekeuren. Af en toe komt er eentje een kopje koffie bietsen. Vooral als het buiten koud is.

 

  1. Werken in het onderwijs betekent, dat je vaak meer dan 8 uur moet werken. Vooral voorbereiding van lessen en het nakijkwerk kost meer tijd dan je denkt. Diverse onderzoeken hebben uitgewezen, dat een baan van 40 uur per week in de praktijk voor veel leerkrachten wel 50 uur of meer betekent.

 

  1. Je krijgt te maken met een enorme ‘datamuur’. Alles moet geregistreerd worden. Van een gesprekje met een kind tot de uitgebreide ontwikkelingsperspectieven van jouw leerlingen.

 

  1. Je moet leren omgaan met een voortdurend wisselend aanbod van digitale registraties, verwerkingen en softwarepakketten. Alleen al de diverse lespakketten, die leerlingen tegenwoordig online moeten maken, zorgen ervoor, dat je meerdere uren per week bezig bent met het inzien van de vorderingen en het aanpassen van de individuele takenpakketten van jouw leerlingen. Weer extra administratie dus.

 

  1. Overwerk wordt overigens niet extra betaald. Het staat wel mooi in de cao, maar in de praktijk doen besturen en directies er niets mee. Dus werk je 9 uur? Jammer dan.

 

  1. Bij ziekte van een andere collega ben je als leerkracht bijna altijd de ‘sjaak’. De directeur kan geen vervanger vinden, want die is er niet. Hij of (meestal) zij gaat niet zelf voor de groep, want “dan blijft mijn werk liggen, hè” of hij of (meestal) zij heeft geen onderwijsbevoegdheid. Dus, dan worden groepen verdeeld over de andere klassen of wordt er een onbevoegde onderwijsassistent of zelfs conciërge voor gezet.

 

  1. Je moet niet denken, dat je veel invloed hebt op jouw nascholingswensen. De besturen gaan vaak vreemd om met de daarvoor beschikbare budgetten. En om de werkurenverdeling een beetje overzichtelijk te houden kiezen directeuren meestal voor verplichte teamnascholingen. Wat er dan wordt aangeboden is vaak een raadsel en het is in veel gevallen volkomen onduidelijk waarom er nu juist voor die cursus is gekozen. Los van het feit of het wel voor jou persoonlijk een nuttige cursus is. Er zijn maar weinig teams, die hun directeur daarop aanspreken.

 

  1. Je moet ook niet denken, dat je veel invloed hebt op de dagelijkse gang van zaken in de school. Die moderne managers zorgen, dat zij een paar vriendinnetjes als mede “Kernteam” lid aanstellen en beslissen vervolgens alles in een achterkamertje. Jij kunt als leraar je alleen maar afvragen wat er nu weer over jou besloten wordt. Transparantie is een echt modewoord in het onderwijs, maar in de praktijk komt daar niks van terecht. Alleen als jij zelf iets ‘voor je houdt’. Dan zijn de rapen gaar en ben jij niet transparant genoeg.

 

  1. Jouw collega’s kunnen ook een bron van ergernis zijn. Vooral als zij een lagere opleiding dan jij hebben gevolgd en als zij-instromer met nul jaren ervaring opeens met een hoger salaris, dan jij ontvangt mee mogen praten op gelijkwaardig niveau. En jij moet hen dan ook nog vaak coachen. Met name dat coachen is ook nogal een dingetje in het onderwijs.

 

  1. De schoolgebouwen zijn niet bepaald een fijne plek om te werken. Los van het feit, dat men zo weinig mogelijk geld wenst te steken in het onderhoud van de gebouwen, heeft men in veel gevallen absoluut geen oog gehad voor de eisen, die het moderne onderwijs stelt aan de gebouwen. Zo ontbreken bijna altijd voldoende kleinere werkruimtes en instructieruimtes. Het is daarnaast zo, dat de ontwerpers van schoolgebouwen vergeten, dat het vaak heel storend is als je de herrie van de gangen en van de klassen ernaast kunt meebeleven. Ook is het nog steeds niet mogelijk om toiletten dusdanig goed schoon te houden, dat er geen sprake is van een verschrikkelijke urinegeur in bijna het gehele gebouw.

 

  1. Gekoppeld aan het vorige punt. Reken er a.u.b. niet op, dat het gebouw goed wordt schoongehouden. De contracten met de schoonmaakbedrijven zijn een sluitpunt van elke directiebegroting en dus moeten die arme schoonmaaksters in anderhalf uur een heel schoolgebouw met minstens 10 lokalen schoon kunnen maken. En omdat de directeur ook wel begrijpt, dat dat niet kan, mag jij ook nog eens elke dag jouw lokaal ‘veegschoon’ opleveren, zelf de kasten en vensterbanken even afnemen en de wastafel even nat afdoen. Dat hoort ook bij het vak van leerkracht. Niet vergeten!

 

  1. Invoering continuroosters. In hun eindeloze streven om het ouders naar de zin te maken en te concurreren met andere scholen gaan steeds meer directies een zogenaamd continurooster invoeren. Hierbij kiest men het liefst voor een model waarbij de tussenschoolse opvang kan worden afgeschaft en jij ook ‘tussen de middag’ nog even een tijdje samen met jouw klas kunt gaan zitten lunchen. Dat je recht hebt op pauze zonder leerlingen, wordt daarbij gemakshalve vergeten. Veel leerkrachten, die in deze situatie zijn beland, klagen over de werkdruk en het gebrek aan ‘een ogenblikje zonder kinderen’.

 

  1. Je moet er wel rekening mee houden, dat je relatief vaak leerlingen in jouw groep krijgt, die eigenlijk niet op de gewone basisschool thuishoren. De wet op het Passend Onderwijs heeft ervoor gezorgd, dat in elke groep wel gemiddeld genomen drie leerlingen zitten met meer of minder ernstige gedragsproblematiek. Daar moet je wel bewust voor kiezen, want anders ga je er aan ‘onderdoor’. Vroeger kon je kiezen om leraar in het speciaal onderwijs te worden. Nu word je dat automatisch. Dus ga er dan ook vanuit, dat die kinderen jouw lessen verstoren, jouw administratieve last verhogen, een groter appel doen op jouw pedagogische en didactische vaardigheden en niet te vergeten jouw stressbestendigheid. Maar wees gerust. Betere leerkrachten dan jij, zijn als gevolg van deze wet al in de ziektewet beland.

 

  1. Overigens moet je er ook niet op rekenen, dat jouw schoolleiding en jouw IB-er van mening zijn, dat jij verstand hebt van leerlingen.

Als jij aangeeft, dat jij een leerling niet kunt handelen, dan is dat steevast jouw schuld. “Het kind kan er niets aan doen en jij schiet tekort”. Directie en IB-er laten vervolgens een gigantische batterij aan extra uit te proberen luchtballonnetjes op jou los en gaan daarmee net zo lang door, tot jij bent afgeknapt en in het gekkenhuis zit. De betreffende leerling blijft wel gewoon op school en begint daarna met het overspannen maken van jouw opvolger.

 

  1. Door het enorme tekort aan leerkrachten kiest de directie er ook vaak voor om mensen met minder kennis en minder kwaliteit voor de groep te zetten. Dat levert conflicten, onrust en rechtsongelijkheid op binnen het team. Een onderwijsassistent of een student in opleiding die een groep “moet draaien”. Je voelt op je klompen aan, dat dit gaat schuren. En nog steeds gaat die manager niet zelf voor de groep. Immers, “het werk blijft liggen!”.

 

  1. Voor de klas gaan staan levert je ook nog eens een kans van 20 procent op, dat je een burn-out krijgt. Het is maar dat je het weet.

 

  1. Waar je ook niet op moet rekenen is, dat je een grote mate aan autonomie in het uitoefenen van jouw vak krijgt. Vroeger mocht een leerkracht zijn eigen jaarplanning maken, maar dat is tegenwoordig uit den boze. De methode is de baas. Niet jij! Dus mocht je het leuk vinden om zelf lessen te ontwerpen, methodieken te bedenken, en lesmateriaal te maken, dan ben je in het onderwijs niet op je plek. Je kunt dan beter bij een uitgever gaan werken. Verdient trouwens ook nog beter.

 

  1. Nergens is de vergadercultuur groter dan in het onderwijs. Reken op minstens een vergadering per week, maar in de praktijk kunnen het wel meer worden. Het gaat meestal over niks. De kleur van de nieuwe koffiekopjes of zoiets of de aanschaf van nieuwe pennen. Feit is, dat elke collega, ook de minder intelligente er een ei over wil leggen. Hopla weer anderhalf uur voorbij. En een paar vergaderingen vallen in de vakanties. Tja, dat is nu eenmaal zo.

 

  1. Je moet goed kunnen omgaan met de ‘waan van de dag’. Reken op veelvuldige verstoringen van jouw geplande dag. Een ouder, die nog snel even iets kwijt moet, leerlingen, die totaal onverwacht ruzie krijgen of van streek zijn omdat de cavia is overreden en de directeur of een andere collega, die jou tijdens de les nog snel even iets moet vragen. Het niet om kunnen gaan met al die onverwachte, niet te plannen dingen is voor veel collega’s reden om af te haken.

 

  1. Je moet ermee om kunnen gaan, dat je naast jouw primaire taak, namelijk lesgeven, een enorme hoeveelheid extra taken op jouw bordje krijgt. Die taken worden, als het goed is, keurig vastgelegd en met jou afgesproken. Maar elke directeur gaat proberen jou in de loop van het jaar nog wat extra dingen toe te stoppen. En wees dan maar eens zo sterk om dat te weigeren.

 

  1. Je moet ermee om kunnen gaan, dat het lijkt of sommige leidinggevenden jou niet vertrouwen. Zo zijn er directeuren, die van hun teamleden eisen, dat zij na elke werkdag een geschreven dag-evaluatie inleveren of zelfs van elke les een evaluatie waarin wordt opgeschreven of het lesdoel is bereikt. Zo zorgen deze mini-dictatortjes ervoor, dat elke leerkracht de nagels aan de eigen doodskist aanlevert. Mini Adolfjes dus.

 

  1. Je moet ertegen kunnen, dat jij regelmatig langs een onstabiele meetlat gelegd wordt. Diezelfde directeur, die zelf niet (meer) lesgeeft, komt wel regelmatig jouw klas binnen om jou te beoordelen. Met al dan niet zelfgemaakte ‘turflijstjes’ krijg je een veelvoud aan groene en rode kruisjes in jouw dossier. Het managementsgewauwel vliegt jou om de oren. “Wat heb jij nodig om een betere leerkracht te worden?”

 

  1. Je moet wel heel gemotiveerd zijn en een flinke idealistische instellingen hebben om in de grote steden en in de randstad te gaan werken. De problematiek daar is nog eens vele malen heftiger dan elders. De diverse culturen en de daarmee samenhangende verschillen in opvoeden of het gebruik hieraan, de houding vanuit sommige culturen ten opzichte van vrouwen, enz., enz., zorgen voor een flinke verzwaring van het werken aldaar. Heb je geen affiniteit met die culturen, dan kun je er beter niet aan beginnen. Je loopt er geheid op stuk.

 

  1. Ook een reden om af te zien van dit beroep is als je een hekel hebt aan door anderen bedachte, zinloze administratieve klussen. Bepaalde onderwijsidioten hebben bedacht, dat je groepsplannen moet maken voor alle hoofdvakken. En verder moet je individuele sociaal-emotionele ontwikkelingsplannen, zorgplannen voor leerlingen met bijzondere behoeften en vele, vele zinloze evaluaties schrijven.  Gelukkig zijn er steeds meer directeuren, die hebben begrepen, dat de rijksinspectie dit niet echt verplicht stelt. Helaas echter, zijn er nog steeds veel meer, domme managers, die jou het ‘voor alle zekerheid’ toch maar laten maken.

 

  1. Kies ook niet voor dit beroep als je geen medische handelingen wilt verrichten. In elke klas liggen tegenwoordig epi-pennen, omdat er altijd wel een of meer leerlingen in de groep zitten, die een pinda- of andere allergie hebben. Ook heb je er een flinke klus aan om de verdere medicatieverstrekking soepel te laten verlopen. Ik gebruikte zelfs de wekker om ervoor te zorgen, dat mijn leerlingen hun Ritalin pilletjes op tijd innamen. Op een bepaald moment lag er zelfs anaal in te brengen medicatie in mijn la. Je bent dus gewaarschuwd!

 

  1. Steeds meer scholen bezuinigen op de schoolreisjes en excursies. Als je geen verantwoordelijkheid wilt dragen voor het vervoer van leerlingen met jouw eigen auto of het niet verantwoord vindt om met 30 ‘stuiterballetjes’ het openbaar vervoer in te gaan, dan kun je beter een ander beroep kiezen. Het hoort er tegenwoordig bij. Maar bedenk, dat ouders niet blij met jou zullen zijn, als je jouw auto, met daarin hun kind, tegen een andere auto parkeert.

 

  1. Houd er rekening mee, dat het beroep zwaarder wordt, naarmate jij zelf ouder wordt. Een open deur, natuurlijk, maar er komt nog bij, dat jij op de begroting van jouw directeur ook steeds duurder wordt, dan een startende leerkracht. Ook ben je niet meer zo gemakkelijk te overtuigen van opnieuw een onderwijsverbetering. Ergo; er bestaat een kans, dat die directeur jou graag wil lozen. Dus je krijgt vaker bezoek en vaker een minder goede beoordeling. Levert wel een beetje stress op hoor!

 

  1. Je moet er ook tegen bestand zijn, dat jij steeds meer vakken op jouw programma Alles wat fout gaat in de maatschappij is immers de schuld van het onderwijs. En dus moet het onderwijs dat ook oplossen. Integratie mislukt? Op de basisschool geven wij “maatschappelijke verhoudingen en burgerschapszin”. Ouders geven geen seksuele voorlichting?  Dan doe jij als leerkracht dat maar even. Nederland moet een handelsland blijven. Dus dan maar Engels geven in de kleuterklas. Binnenkort verwacht ik lessen in veilig omgaan met steek- en vuurwapens.

 

  1. Je levert ook een stukje privacy in. Hopelijk ga je niet in de buurt van jouw school wonen. Want anders kijken ouders en leerlingen graag mee wat jij in jouw boodschappenkarretje gooit en willen ze, als je bij de glasbak staat, graag weten of je een feestje had of gewoon aan de drank bent. Kinderen vinden het ook vaak normaal, dat zij even bij jou thuis aanbellen om iets over het huiswerk te vragen. En jouw liefdesleven moet je echt wel een beetje beschermen.

 

  1. Je moet kunnen leven met de ‘feminisering’ van het vak van leraar. Het aantal mannen in het onderwijs neemt om meerdere redenen in rap tempo af. De oude garde gaat met pensioen of is dat al. Nieuwe mannelijke aanwas is er nauwelijks of haakt binnen 5 jaar af. Het schijnt, dat veel mannelijke leerkrachten in spe geen zin hebben om les te gaan geven aan kleuters. In elk geval is het zo, dat het aantal schoolteams, dat alleen maar uit vrouwen bestaat verreweg in de meerderheid is. Ook voor directies gaat dit op. Mannelijke directeuren worden zeldzaam. Het vak is duidelijk niet meer aantrekkelijk voor mannen. Los van het feit of je het belangrijk vindt, dat mannelijke leerlingen zo geen rolmodel meer zien in de basisschool, is het ook een zorgelijke ontwikkeling omdat de sfeer binnen die vrouwenteams beduidend anders is, dan in gemengde teams.

 

  1. Ook moet je er bewust voor kiezen om te werken in een werkomgeving met praktisch alleen maar parttimers. Dat dit een flinke invloed heeft op betrokkenheid en beschikbaarheid van de werknemers ligt voor de hand. Ik heb onlangs nog een klaslokaal gezien, waar geen enkele sfeer was in de inrichting. Geen plantjes, geen versieringen aan de wand. Bij navraag vonden de beide collega’s, dat de ander daar maar voor moest zorgen. En als je zelf als parttimer gaat werken, kijk dan uit, dat je niet alle rotklusjes alleen mag doen. Bron van conflicten, dus.

 

  1. Ik had het al over een laag salaris. Daar komt nog bovenop, dat jij als leerkracht alleen maar op vakantie kunt in het hoogseizoen. Dus betaal je altijd de volle mep. Nog minder centjes over dus.

 

  1. En om in de arbeidsvoorwaarden te blijven. De mogelijkheden tot bijzonder verlof zijn uitermate gering te noemen. Als jouw kind ziek is en je geen oppas oma tot je beschikking hebt, dan blijft er niets anders over dan jezelf ook maar ziek te melden.

 

 

Tja, mocht je na het lezen van deze argumenten nog steeds leraar willen worden, dan kun je niet later komen met de opmerking: “had je me niet kunnen waarschuwen?!”.

 

Met vriendelijke groet van

Burro Holanda ( 27-12-2019)