Vijftig redenen om te kiezen voor een ander vak.

5. Werken op school betekent ook, dat je vaak “buiten” school moet werken.

Hierbij kun je denken aan het verplicht deelnemen met “jouw team” aan sportdagen, sporttoernooien, bezoeken aan voorlichtingsavonden, schoolreizen en -kampen. Ben je geen liefhebber van het schoolkamp, dan heb je pech. Je komt echt aan de beurt. Daarnaast mag je deelnemen aan vergaderingen van de ouderraad, het ouderpanel en de Medezeggenschapsraad.

Verder heb je vaak nog intervisie-bijeenkomsten en mag je studenten begeleiden. Al neemt dit laatste de afgelopen jaren nogal af. Wist je trouwens, dat er ook scholen zijn waar van jou verwacht wordt, dat je actief meedoet aan het schoonvegen van de schoolpleinen?  Nou ja, wel nuttig natuurlijk.

6. Voor het salaris moet je het niet doen.

Behalve als je het werk ziet als roeping en je nog niet voor jezelf hoeft te zorgen, kom je er na een maandje werken achter, dat de huur van jouw flatje toch hoger is dan je dacht en dat de kosten voor kleding en levensonderhoud nogal pittig zijn. Je houdt namelijk niet zo veel van jouw salaris over. Het aanvangssalaris is niet slecht, maar vergeleken met jouw collega’s in het voortgezet onderwijs verdien je netto misschien wel tot zevenhonderd euro per maand minder. En zij hebben ook gewoon een h.b.o. opleiding van vier jaar gevolgd.

7. Veel vakantie is een fabeltje.

Tien weken vakantie lijkt een flinke luxe. En, eerlijk is eerlijk, voor veel leerkrachten is dat het ook. Als je namelijk je werk niet echt goed en serieus uitvoert, een 9 tot 5 mentaliteit hebt de correctie door de kinderen laat doen, dan heb je veel vrij. Maar als je het werk wel goed uitvoert, dan heb je flink wat avonden, die je op school door moet brengen om b.v. rapportgesprekken met ouders te voeren of om andere ouderavonden, evenementen en feesten bij te wonen

Ook in de vakanties moet je vaak naar school om te vergaderen of cursussen te volgen.

8. Je moet het niet gaan doen om respect en aanzien te verwerven.

Docenten worden tegenwoordig gerekend tot de beroepsgroepen, die nauwelijks enig aanzien hebben in onze maatschappij. Door veel ouders en verzorgers worden zij gezien zoals de politiemensen en de werkers in de zorg. “Jij bent er voor mij en mijn kind en je hebt maar te doen wat ik wil!” Dat is wat menig leerkracht met grote regelmaat ervaart. Als je ouders een advies geeft, dat hen niet bevalt, dan kom je hen vaak weer tegen in de rechtbank. Onlangs nog probeerde een ouder het bij de rechter voor elkaar te krijgen, dat het schoolkeuzeadvies van zijn kind werd bijgesteld en vroeg een andere ouder een schadevergoeding voor het zogenaamde slechte onderwijs, dat de school geboden zou hebben. Het komt bij dit soort ouders echt niet op, dat zij een kind hebben, dat gelet op de herseninhoud van de ouders zelf, sowieso geen kans maakt op succes in de maatschappij.